Schoolregels, toetsing
I. Schoolregels ten aanzien van toetsing

In dit gedeelte wordt uitleg gegeven over het toetsen van de leerlingen. Dit gedeelte geldt niet voor de leerlingen van de examenklassen: zij ontvangen een apart reglement aan het begin van het schooljaar.
   
45. Afspraken en regels omtrent toetsen
Er zijn afspraken gemaakt over overhoringen en proefwerken. Soms telt een proefwerk van een c.p.-week zwaarder mee dan een gewoon proefwerk. Soms tellen een paar overhoringen voor een proefwerk. Dit soort afspraken worden binnen de secties gemaakt en samen met de bevorderingsnormen aan de leerlingen bekendgemaakt.
   
46. Bepaling proefwerkcijfers en rapportcijfers
De docent deelt aan het begin van het schooljaar mee hoe het rapportcijfer voor zijn vak wordt berekend.
•    De  leerling is verplicht ervoor te zorgen, dat alle proefwerken tijdig zijn ingehaald, zodat het rapportcijfer door de leraar vastgesteld kan worden

47.  Regels t.a.v. het opgeven van proefwerken en overhoringen
•    Een proefwerk moet minimaal één week van tevoren worden opgegeven.
•    In de Onderbouw zijn twee proefwerken op één dag niet toegestaan, tenzij in de PLT anders geregeld.
•    Voor de eerste dag na een vakantie (= een les- en toetsvrije periode van minstens 5 dagen) mag geen proefwerk worden opgegeven.
•    Er mogen geen proefwerken worden gegeven in de week vóór de c.p.-week.
•    De eerste en tweede klassen van de Ciclo Basico mogen maximaal drie proefwerken per week krijgen, tenzij in de PLT anders geregeld.
•    Overhoringen hoeven niet van tevoren te zijn opgegeven door de leraar. Zij kunnen dus onverwachts plaatsvinden.

Alleen de rector kan toestemming verlenen om van bovenstaande regels af te  wijken.
 
48. Proefwerkpapier
Proefwerken en overhoringen worden uitsluitend op Colegio-papier gemaakt. Dit wordt door de lesgevende docent vóór de aanvang van het proefwerk of overhoring uitgedeeld.

49.  Het maken van proefwerken en overhoringen
•    De leerling moet het huiswerk goed bijhouden, zodat de leerling elk moment voorbereid is op een overhoring. Een toets die door de leraar is opgegeven, moet door de leerling ook op dat tijdstip gemaakt worden.

•    Indien een leerling een toets niet kan maken, dan moeten zijn ouders direct het rectoraat schriftelijk toestemming verzoeken voor een inhaalproefwerk. In deze brief staat tevens vermeld waarom de leerling de toets niet heeft kunnen maken. Mede op basis van deze brief verkrijgt de leerling het recht op een inhaalproefwerk.

•    Het zonder geldige reden of toestemming van het rectoraat niet maken van een proefwerk of overhoring, heeft verstrekkende gevolgen voor de leerling bij de cijferbepaling door de leraar. Dit is namelijk een vorm van “het zich onttrekken aan” en kan bestraft worden met het cijfer “1".

Wanneer de leraar niet met proefwerken en overhoringen in staat gesteld wordt de kennis van de leerling te toetsen, dan kan hij ook geen rapportcijfer bepalen. Is die lijst bij de overgangsrapport-vergadering nog steeds niet volledig, dan kan de lerarenvergadering geen oordeel uitspreken over de bevordering van de leerling. Dat betekent dat de leerling niet bevorderd kan worden.
   
50. Het inhalen van proefwerken
Gemiste proefwerken worden centraal gemaakt buiten de schooluren, meestal op een dinsdagmiddag. De leerling die een proefwerk heeft gemist, moet, op eigen initiatief en binnen 1 week na terugkomst op school, een schriftelijke afspraak hebben gemaakt met de betrokken docent, om dit proefwerk in te halen.  De leerling moet op de afgesproken middag aanwezig te zijn. Bij het niet nakomen van deze afspraak of bij ongeoorloofde afwezigheid van de leerling wordt het cijfer “1" aan hem toegekend. Uiteraard hebben alleen leerlingen die op de proefwerk-inhaaldag de lessen hebben gevolgd, het recht om aan de inhaalmiddagen deel te nemen.
   
51. Onregelmatigheden bij toetsen
In geval van onregelmatigheden vóór, tijdens of na de toets, kan de docent het cijfer  “1,0" toekennen voor de toets. De ouders worden hiervan met een brief op de hoogte gesteld.

52. Teruggave en bespreking van toetsen
Toetsen moeten altijd binnen tien schooldagen nadat zij gemaakt zijn, worden terug gegeven en voorzien zijn van een cijfer. Elke toets moet besproken worden. De opgaven hoeven niet aan de leerlingen te worden gegeven. Hierbij gelden de volgende regels:
•    Als de leerling het niet eens is met het cijfer, dient hij binnen drie schooldagen na de klassikale bespreking, de docent hiervan op de hoogte te stellen.
•    Als het verschil van mening over het cijfer tussen leerling en docent niet wordt opgelost, kan de leerling binnen vijf schooldagen na het vaststellen van het cijfer schriftelijk bij de afdelingsconrector bezwaar aantekenen.
•    Deze afdelingsconrector neemt dan binnen drie schooldagen een beslissing over de becijfering, na zowel de docent als de leerling gehoord te hebben. De beslissing van de afdelingsconrector wordt schriftelijk medegedeeld aan de leerling.
•    Tegen de beslissing van de afdelingsconrector kan de leerling binnen twee dagen beroep aantekenen bij de rector. Als de afdelingsconrector zelf de docent is, wordt het geval direct doorverwezen naar de rector. De rector beslist binnen vijf schooldagen na de schriftelijke mededeling van de afdelingsconrector aan de leerling.
•    In alle gevallen waarin het bovenstaande niet voorziet, beslist de rector.
•    Tegen beslissingen van de rector kan beroep worden aangetekend bij het bestuur van de S.M.O.A.. Dit beroep dient door de leerling binnen drie schooldagen na de beslissing van de rector schriftelijk te worden aangetekend bij het bestuur. Het bestuur neemt binnen tien schooldagen een beslissing.

Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de dag na de laatste cp-week waarop teruggave van c.p.’s en de controle van de rapportcijfers plaats zullen vinden. Alle leerlingen zijn verplicht op deze dag aanwezig te zijn. Hierna worden de rapportcijfers definitief vastgesteld en een klacht indienen over het rapportcijfer is dan niet meer mogelijk. Het te vroeg aanvangen van een buitenlandse reis kan zodoende heel onaangename gevolgen krijgen. Dit valt echter geheel onder de verantwoordelijheid van de ouders.
       
53. Tot besluit
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de rector.